Muggen, mieren en Amy MacDonald

Even drieënhalve week op vakantie in Zweden, denk je. Even kanoën, even naar Gotland, even naar Stockholm, denk je. Even proberen de muggen te ontwijken, denk je. Je denkt zoveel…

Onze mattie Colin bleek gelukkig een echte mattie te zijn en hielp ons met waar we maar hulp mee nodig hadden: een zoektocht naar campinggas, een lift naar Karlstad, noem maar op. En natuurlijk ook alle uitrusting voor en vervoer naar de kanotocht, maar goed, daar betaalden we hem natuurlijk voor. We stouwden al onze zooi in de kano, keken even angstig naar de dreigende luchten boven ons en daar gingen we! Een week kanoën stond ons te wachten en wij waren er klaar voor! Helaas gooiden enkele regenbuien wat roet in het eten, maar tegen een uur of vier/vijf vonden we een mooi kampeerplekje en was het zelfs droog tijdens het opzetten van de tent. Dat betekende ook dat we onmiddellijk lekgestoken werden door de muggen (brutale rotbeesten), maar hey, droog je tent opzetten is best wat waard. Vervolgens begon het te regenen, vielen we in slaap, regende het nog steeds, sliepen we nog wat, bleef het maar regenen en bleven we maar slapen. De volgende ochtend was het weer droog en werden we (jawel!) weer wakker. Tijd om in te pakken en weer op pad te gaan. Beter weer, weinig regen. Kamperen op een eilandje, met een stuk of elf anderen, dan was jammer. Afwassen in de rivier, best koud. Kapotgestoken door muggen. En de volgende dag weer verder. Naar een mooie shelter, een afdakje en drie muren, twee toiletten, veel picknicktafels, een vuurplaats en wij twee. Een eenvoudige doch voedzame maaltijd, een kampvuur en veel muggen. Maar wij gaan stug verder en kanoën door naar de camping, waar we een rustdag inlassen. Even niet kanoën, maar gewoon in de tent de onweersbui afwachten, kaartend en lezend. Met zo nu en dan het broodnodige potje Yahtzee, uiteraard.
De laatste kanodag, hoewel het niet de bedoeling was dat het de laatste dag zou zijn. We zouden vroeg naar bed en midden in de nacht weer opstaan, ‘s nachts peddelen in de hoop dan meer bevers en elanden te zien. Een kink in de kabel was dat alle mooie kampeerplekjes ofwel bezet waren ofwel op privéterrein. Of ze hadden geen uitzicht op de rivier, want Mr. Spoiled wilde alleen kamperen met riverview. Het resultaat was dat we om half acht ‘s avonds bij de camping van mattie Colin aankwamen. De camping was inmiddels gevuld met Nederlanders, die ons vriendelijk aanboden te helpen bij het opzetten van de tent in de regen, maar ha! Dat hebben wij niet nodig! Wij zetten onze tent zelf wel op. Kom nou zeg, wij hulp nodig bij het opzetten van de tent? Omdat het regent? Puh! Maar als ze iets aan die muggen hadden kunnen doen…

Op weg naar Karlstad zagen we dan toch eindelijk de eland die we zo graag hadden willen zien (een bever hadden we al eerder getroffen), waarna Colin meteen op de rem trapte en terug reed om ons de gelegenheid te geven foto’s te maken en opmerkte: "Ofcourse I’m gonna charge you for a elk safari now." Maar hey, wij hebben een eland gezien!

En dan voor je het weet, na een dag in de trein, een nacht in Stockholm, een uur in de bus en drie uur op de boot, zit je op Gotland!

Correct!

Sommige mensen hebben de neiging om intelligenter over te willen komen dan ze zijn. Ze uiten dat niet door regelmatig Tolstoj, Shakespeare of Couperus soepeltjes in de conversatie te verwerken, maar proberen door middel van hun taal te laten merken dat ze meer in hun mars hebben dan hun positie doet vermoeden. Zo iemand kwam ik laatst tegen, toen ik ergens naar binnen wilde gaan, maar de deur hermetisch gesloten bleef. Ik vroeg aan de portier bij het gebouw ernaast hoe ik naar binnen kwam en hij legde mij vriendelijk uit dat ik gebruik moest maken van de bel en intercom. Aangezien ik die niet had gezien, vroeg ik voor de zekerheid: "Dit zit gewoon naast de deur?" Ik verwachtte een ‘ja’, misschien nog een korte uitleg waar de bel zich precies bevond, maar hij antwoordde: "Dat is correct, mevrouw."

Ik vraag me dan af wat er in het hoofd van zo’n man omgaat, waarom hij mijn simpele vraag niet beantwoordde met ‘ja’, of hooguit ‘ja, inderdaad’ of ‘dat klopt’. Was deze man bang dat ik hem dom zou vinden? Of had hij de hele avond quiz-programma’s gekeken? ‘Naast de deur, dat is het correcte antwoord! Nog één vraag te gaan en de koelkast is voor u!!’ Misschien had ik nog even door moeten gaan. ‘En als ik op die bel druk, zal iemand mij te woord staan?’ ‘Ook dat is correct.’ ‘Die persoon zal er dan voor zorgen dat de deur voor mij geopend wordt?’ ‘Wederom het correcte antwoord.’ Dan zouden er ballonnen en glitters uit de lucht vallen, er zou feestelijke muziek klinken en een charmante assistente zou met champagne komen. Dat was misschien best leuk geweest. De volgende keer dat ik voor een dichte deur sta, zal ik het eens proberen. En als het toch wat tegen blijkt te vallen, kan ik er altijd nog een paraclausithyron over schrijven. (U ziet: enige intellectuele opschepperij is ook mij niet vreemd!)

Schrijven

Willen schrijven, maar er geen gelegenheid voor hebben, is één van de vervelendste dingen die je maar kan bedenken. Zeker als de dingen die je wil schrijven opgeroepen worden door een passage in een boek dat je aan het lezen bent op vakantie. Als je verder leest, verdwijnen de betreffende passage en bijbehorende gedachten naar de achtergrond en zodra je je boek dichtklapt, zie je de vreemde wereld om je heen, waar je door alle nieuwe ervaringen vergeet wat je precies had willen schrijven. Alleen het gevoel dat je iets had bedacht dat de moeite waard was om op papier te zetten blijft, met een licht gevoel van frustratie omdat je het niet hebt kunnen opschrijven en nu niet meer weet wat het was.

Ik heb de hik. Heb meelij!

Medische geschiedenis: nog altijd geen

Het is nogal lang geleden dat ik een eventueel vervolg op mijn medische perikelen beloofd had, maar hier is -ie dan!

Die bewuste maandagochtend heb ik inderdaad meteen weer naar de huisarts gebeld. Ik kreeg iemand aan de telefoon die geen flauw idee had waar ik het over had, dus ik moest het hele gedoe uitleggen. Uiteindelijk begreep ze het probleem en vertelde ze me dat er inderdaad maar één pagina in het dossier zat. Ja, dat wist ik inmiddels. Maar nu? Nou vooruit, ze zou voor mij op zoek gaan in het papieren archief. Daar kon ze nu niet bij, dus ze zou me er over terugbellen. Prima, dat leek me een mooie oplossing. Later die week ben ik bij de nieuwe huisartsenpraktijk langsgeweest om die ene pagina af te geven en uit te leggen waarom dat alles was. De vrouw achter de balie reageerde totaal niet verbaasd, maar nam het ter kennisgeving aan en zei dat ze het zou doorgeven aan de huisarts. Een week later had ik een afspraak bij de huisarts en het leek me verstandig om het haar ook nog even te melden. Zij wist er niets van, dus blijkbaar had de receptioniste het in ieder geval nergens duidelijk vermeld. Ook de huisarts leek het vrij normaal te vinden dat mijn dossier verdwenen was.

Toen ik na anderhalve maand nog altijd niets gehoord had over dat papieren archief, leek het me een goed moment zelf maar weer eens te bellen. Ik kreeg nu de assistente aan de lijn die ook mijn moeder gesproken had. Zij wist meteen wat er aan de hand was, dat ze mijn moeder gesproken had, wie ik die maandagochtend aan de lijn gehad had en dat er in het papieren archief niets meer gevonden was. Ik was toch echt in de veronderstelling dat ik daarover gebeld zou worden, maar blijkbaar was dat een loze belofte geweest. "Sorry, maar meer kunnen we er niet van maken. Gelukkig ben je gezond!" lachte ze. Gelukkig ben ik gezond? Hoe weet zij dat? Ik heb geen dossier! Ze heeft wel gelijk, maar ze heeft niets waarop ze dat kan baseren! Stel dat ik niet gezond was! Stel dat ik vroeger een of andere ernstige aandoening gehad had, wat op latere leeftijd nog voor problemen zou kunnen zorgen? Goed, als ik echt iets had gehad, was ik natuurlijk veel vaker bij de huisarts geweest en waren ze m’n dossier waarschijnlijk niet zomaar kwijtgeraakt, maar toch!

Op z’n minst had ik toch ‘excuses voor het ongemak’ verwacht. Enige erkenning, dat deze gang van zaken niet is hoe het hoort. Allebei de assistentes van de oude huisarts, de assistente van de nieuwe huisarts, de nieuwe huisarts zelf, iedereen reageerde er zo koeltjes op! Ben ik de enige die vind dat dit soort dingen niet kunnen? Gebeurt dit zo vaak dat het de medewerkers niets meer doet? Nogmaals: ik ben inderdaad gezond, het is mijn geval geen echt probleem dat dat dossier verdwenen is, maar dat wil niet zeggen dat het maar moet kunnen! Of is het te optimistisch om te verwachten dat artsen en hun medewerkers zorgvuldig met mijn gegevens omgaan?

Medische geschiedenis: geen

De titel van mijn vorige bericht was ‘Drukte’ en aangezien dat alweer ruim een maand geleden was, zou men kunnen concluderen dat die drukte nog niet helemaal verdwenen is. Of dat ik geen inspiratie had. Allebei de veronderstellingen zijn waar, hoewel ik de tweede wijt aan de eerste.

Maar nu heb ik weer wat te vertellen, aangezien er iets vreemds aan de hand is. Wellicht is het een onderdeel van het complot tegen linkshandigen, ik weet het niet. Ik weet alleen dat het vreemd is.

Het zit zo: na jaren in Nijmegen te hebben gewoond terwijl mijn huisarts zich aan de andere kant van het land bevond, leek het me tijd om daar wat aan te doen. Ik ging er vanuit dat mijn huisarts niet naar Nijmegen wilde verhuizen, dus een nieuwe huisarts zoeken in Nijmegen leek de logische stap. Dat was dan ook zo gebeurd: een vriendin noemde een huisartsenpraktijk waarvan ze wist dat ze nog patiënten aannamen, ik fietste er langs om een inschrijfformulier in te vullen en voilà, ik was ingeschreven bij een nieuwe huisarts. Ik hoefde alleen nog maar even mijn dossier van de oude naar de nieuwe huisarts over te laten komen. Thuisgekomen belde ik meteen, het was nog geen twaalf uur, dus ik dacht dat dat goed moest komen. Maar nee, meneer de huisarts (of eigenlijk: mevrouw zijn assistente) neemt alleen tussen acht en elf ‘s ochtends de telefoon op.
De volgende dag om half elf hing ik dan ook braaf aan de telefoon om mijn dossier op te vragen. Kwam in orde, ze zou het klaarleggen en dan kon ik, of een familielid, het volgende week op komen halen. Opsturen met de post deden ze niet meer, na een slechte ervaring in het verleden. Prima. Alles geregeld.

Niet dus (ja, dat was te verwachten, anders was het wel een anticlimax geweest voor de sensatiebeluste lezer). Toen ik gisteravond bij mijn ouders aan het avondeten zat, vroeg mijn moeder me wat nu dat gedoe was met de huisarts. Ik keek uiterst verbaasd op, aangezien ik met nog geen woord gerept had over mijn nieuwe huisarts. Wat bleek? De assistente had naar mijn ouderlijk huis gebeld omdat mijn broertje een afspraak was vergeten. Nadat mijn moeder zijn nummer had gegeven zodat hij het zelf verder kon regelen, vroeg de assistente of mijn moeder toevallig ook mijn moeder was. Dat was ze natuurlijk. Dat ze maar één pagina in mijn dossier had zitten, en dat het leek alsof er iets niet klopte. Mijn moeder gaf nu ook mijn telefoonnummer, zodat ze het verder met mij kon afhandelen. Later belde ze mijn moeder terug met de vraag of ze dat ene papiertje dan maar via de post op zou sturen, naar mijn ouders. Het was tenslotte slechts één pagina. Mijn moeder ging er vanuit dat ze dat met mij korgesloten had en stemde in.

Ik had na mijn gesprek met de assistente geen woord meer van haar vernomen en was dan ook met stomheid geslagen over dit hele verhaal. Ik opende de envelop, en inderdaad: mijn medische geschiedenis was gereduceerd tot één enkele afspraak in 2003. Ik weet dat ik bijna nooit iets mankeer, en inderdaad, die afspraak in 2003 was de laatste keer dat ik bij de huisarts geweest ben, maar het is zeker niet de enige keer! Oftewel: meneer de huisarts danwel mevrouw de assistente is even 17 jaar medische geschiedenis verloren. Kom ik straks aan bij die nieuwe huisarts: "Hier is mijn dossier. Ja, ik ben in 2003 even langs geweest. Verder heb ik wel eens oorontsteking gehad, een gat in m’n kop, een zalfje voor dit en een hechting voor dat, maar u moet me op m’n woord geloven. Ik heb hier nog een litteken om het een en ander te bewijzen, maar dat is het dan ook."

Lekker is dat. Maar goed, ik zal maandagmorgen zelf maar even bellen, eens even van mevrouw de assistente zelf horen wat er nu allemaal aan de hand is. En te vragen waarom ze mij niet van deze feiten op de hoogte gesteld heeft. En dan maar persoonlijk bij de nieuwe huisarts langsgaan om het ontbreken van mijn dossier uit te leggen, doh.

Maar daarentegen krijg ik wel 3,87 van Independer omdat de premie op mijn offerte en mijn werkelijke premie niet overeenkwamen. Op jaarbasis is dat 3,87 in mijn nadeel, en dat vergoeden ze, hoewel ‘de premie onder voorbehoud van programmeerfouten is afgegeven’. Lief toch.

Tot zover mijn medische en aanverwante perikelen. Wellicht wordt het nog vervolgd! ;)

drukte

Drukte drukte drukte. Alom. “Dat had je van tevoren kunnen bedenken!” Nee, geen medelijden voor mij, en bedankt. Toen ik zei dat ik niet van tevoren had bedacht dat alle deadlines opeens in dezelfde week zouden vallen, kreeg ik toch wel een beetje van haar medelijden, maar het ging niet echt van harte. Niet dat ze het niet zielig voor me vond, dat ze het niet vervelend voor me vond, maar ze vond het toch voornamelijk mijn eigen schuld. En daar heeft ze ook wel een punt, ik had ook gewoon één studie kunnen blijven doen, in plaats van twee tegelijk. Maar dat ik er zelf voor gekozen heb, wil nog niet zeggen dat ik het erg vervelend vind als ik ’s ochtends om kwart voor zeven op moet staan om in het donker naar het station te fietsen, dan de hele dag les heb, om kwart over zes, half zeven eindelijk weer eens thuis te zijn, dan snel wat moet eten om meteen weer door te gaan en tot elf uur, twaalf uur, half één aan verslagen of OSI-layouts te werken. Met mijn smekendste blik heb ik het voor elkaar gekregen dat ik de schriftelijke versie van één der verslagen pas overmorgen hoef in te leveren, zodat ik niet vier uur onderweg zou zijn alleen maar om een verslag in te leveren. Dat betekende ook dat ik er op vrijdagmorgen nog een uurtje aan kon werken, voor ik het per mail verstuurde.

Maar als dan die hellish week voorbij is, heb je ook veel bereikt: een logboek voor Gehandicaptenbeleid, een verslag voor InterActieVaardigheden, een verslag voor Logopedie, de OSI die bij de drukker ligt, naar het gebarencafé geweest en dus een deel van de opdracht voor Dovencultuur volbracht, naar de opening van het Corpus NGT geweest, bijna subtiel informatie ingewonnen over mogelijke latere carrièremogelijkheden, naar dansles geweest, toch nog geluncht met een vriendin, tijdens al dat treinreizen de tijd gehad om een boek te lezen en vandaag de afwas van afgelopen week weggewerkt, de aanmaningen voor de huisgenoot die een jaar geleden verhuisd is retour afzender gestuurd en ook nog eens een was gedraaid. Wat er bij ingeschoten is: colleges Grieks en Oudchristelijk voorbereiden, college Grieks volgen, lexicon fatsoenlijk leren en opruimen. Er zitten tenslotte slechts 24 uur in een dag en maar 7 dagen in een week. Morgen dus maar grondig lexicon leren, uitgebreid opdrachten maken en het verslag voor logopedie printen zodat ik dat maandag in kan leveren. En ook nog even een stukje Oudchristelijk vertalen, zodat ik niet weer hoef te improviseren.

En hoewel ik ’s avonds om half twaalf, druk typend en voor de zoveelste keer mijn eigen monoloog terugluisterend, behoorlijk anders over dacht, is het helemaal niet zo erg om het zo druk te hebben. Gewoon maar door en door en door en doorgaan, omdat het nu eenmaal moet. Omdat je je nu eenmaal aan deadlines moet houden. En ook omdat het best interessant is waar je mee bezig bent. De OSI is dan wel ontzettend veel werk, maar het is leuk werk en het resultaat mag er zijn! En die verslagen voor logopedie en IAV waren ook lang zo vervelend niet als ik had verwacht. Het is eigenlijk best goed om jezelf eens terug te zien en te horen, zodat je weet hoe je eruit ziet als je praat. Dat zo’n telefoon in je broekzak er eigenlijk gewoon niet uitziet. Dat je wel eens wat vaker adem mag halen. Dat dat ondersteunende gezwaai met die armen vooral bij tijdsaanduidingen is. Je verwacht het niet! Tenminste, dat laatste. Zou dat typisch iets voor mij zijn, of is dat logisch? Is daar wel eens systematisch onderzoek naar gedaan, naar de momenten waarop je ondersteunende gestures maakt? Misschien kunnen ze zich daar op richten als ze ook voor het Corpus Gesproken Nederlands een video-database gaan aanleggen!

Morgen ga ik gewoon lekker met druk zijn en hard werken. Ik zal zo meteen eens op een rijtje zetten wat ik allemaal gedaan wil krijgen, dan kan ik morgen mezelf een goed gevoel geven iedere keer als ik iets kan afvinken! Want een volledig afgewerkte to-do list geeft een behoorlijk voldaan gevoel! En dat is dan ook de reden dat ik afgelopen week, als ik er op terug kijk, niet als vervelend ervaar. Als je – naar jouw mening – te hard aan het werk bent, is het natuurlijk niet leuk, maar als je daarna alles af hebt wat je af wilde hebben, maar waarvan je dacht dat het niet zou lukken omdat je er de tijd niet voor had… Ja, dat voelt goed.

Maar ik wil me volgende keer ook wel gewoon goed voelen over iets minder dingen tegelijk…

Polysemie

Polysemie is deels psychologisch-intralinguaal, maar heeft ook te maken met sociale factoren, die weer op intellectuele oorzaken kunnen teruggaan. In een hoogontwikkelde cultuur ontstaan subgroepen, die dichter bij elkaar komen en zich differentiëren van de massa, wat zich weerspiegelt in de taal. Zo ontstaan er Sondersprache of groepstalen. Dat is ook het geval met oudchristelijk Grieks en Latijn. De Sondersprache leidt tot semantische differentiatie, terwijl in de Allgemeinsprache de oorspronkelijke betekenis gehandhaafd blijft.

Welterusten! :)

Let’s start a bank

Put some money on my account and call me reliable
You’ll pay the bills of dreams you used to dream
You will sail away to seas of silver and gold
Until I reach the end

Give me a checkbook and I’ll be your accountant
Your money’s safe with me oh I will make sure
No one else gets your cash it is yours though you’ll ask will it last
Oh how can I be sure

And how do I know if your saving the same as me?
And how do I know if it’s protected enough for me?

Give me a loan and I’ll be all you’ve wished for
Your modern kitchen, your car or your new home
Tropic sun, here you come, watch out everyone, don’t take it too far, don’t take it too far

Give me a mortgage and I’ll be your investor
Stock market’s crashing but I know what to do
Making charts about dreams about hope about scams
Ooooh they just came true

And how do I know if your saving the same as me?
And how do I know if it’s protected enough for me?

And if you want it too then there’s nothing left to do
Let’s start a bank
Let’s start a bank
Let’s start a bank
Let’s start a bank

And if you want it too then there’s nothing left to do
Let’s start a bank
Let’s start a bank
Let’s start a bank
Let’s start a bank

And if you want it too then there’s nothing left to do
Let’s start a bank
Let’s start a bank
Let’s start a bank
Let’s start a bank

And if you want it too then there’s nothing left to do…

Andersdenkenden

Vanochtend las ik een hoofdstuk van Geert Hofstede, ‘Allemaal andersdenkenden’. Interessante materie, al was het niets nieuws voor me. Al lezend realiseerde ik me dat de docente van Interculturele Communicatie in haar boek en haar colleges nog veel zwaarder op Hofstede leunde dan ik dacht. Dat hij een belangrijke bron was, was me ook toen al wel duidelijk, maar dat het hele eerste college zo ongeveer een parafrase van zijn werk was, had ik er niet direct uitgehaald. Ik vond het dan ook erg leuk om de originele tekst te lezen, het verslag van het onderzoek waar ik zoveel over gehoord had.
Maar het lezen van dat artikel deed meer dan slechts het besef dat zijn werk van zo’n groot belang was voor onze colleges. Ik zag mezelf weer in die collegezaal zitten, de hoofdstukken lezen, de andere vakken van die minor volgen. Ik hoorde de docente weer haar denigerende opmerkingen over gebarentaal maken, ik voelde me weer kwaad worden. Ik herinnerde me weer de frustratie van nét niet genoeg parate kennis om haar fatsoenlijk van repliek te dienen, de opluchting toen een studiegenoot me bijviel.

Daardoor, en door een ander artikel, en gewoon mijn bevindingen in het algemeen, vraag ik me weer af: hoe moeilijk is het om je te verplaatsen in een ander? Hoe moeilijk kan het zijn om niet direct een oordeel te vellen over iemand, maar eerst even na te denken over hoe de persoon is, hoe hij/zij in elkaar zit, hoe hij/zij zo geworden is en waarom hij/zij doet zoals hij/zij doet. Als je even nadenkt over wat je wil uitspreken, even stilstaat bij hoe dat bij een ander persoon zou kunnen overkomen, zou dat veel irritaties schelen! Als je niet direct mensen probeert in te delen zonder daar later weer van af te kunnen wijken, zoals mijn medereisleider daar in de Biesbosch, die na zijn eerste indrukken zijn mening over de deelnemers niet meer leek te willen herzien. ‘Ze is nou eenmaal een verwend kind!’ Ja, of je praat even met haar en komt er achter wat er achter haar gedrag zit… Of de deelneemster in Edinburgh, die regelmatig uitriep: ‘Ik haat hem! Ik haat hem echt!’ terwijl de acties die ze van die persoon beschreef geen aanleiding tot haat leken te geven en niet door scheen te hebben dat het haar luisteraars absoluut niets kon schelen hoe ze over de jongen in kwestie dacht.
Als je je gewoon eerst even ergens in verdiept voordat je je mening geeft… ‘De politie houdt zich alleen met nutteloze zaken bezig en doet niks aan dingen die écht ernstig zijn, want een vriend van mij kreeg een boete omdat hij een zaklamp los in zijn auto had liggen.’ Zoek eens uit hoe de politie te werk gaat! ‘Ach, al die godsdiensten zijn toch onzin!’ Maar nog nooit een woord uit de bijbel, koran wat ook gelezen hebben… ‘Hij doet het niet! Ik heb alles al geprobeerd!’ Op bladzijde twee van de handleiding staat de oplossing. Want daar had Hofstede gelijk in,  we zijn allemaal ‘andersdenkenden’. Niet per definitie beter of slechter, maar gewoon anders. Een landelijke cursus sociologie of antropologie, of gewoon communicatie, zou wellicht geen kwaad kunnen. Je even bewust worden van alle mogelijke vlakken waarop mensen met elkaar kunnen verschillen en waarom daaruit verschillende manier van handelen uit voortkomen. Natuurlijk kan je het er niet mee eens zijn, maar dan hoef je het nog niet meteen ook te veroordelen. 

Dus. Denk gewoon af en toe even na. Niet te vaak, daar krijg je hoofdpijn van, maar soms. Even.